Begrippenlijst
Afkortingen en termen
In meldingen kom je vaak korte afkortingen tegen. Dat is logisch: alarmeringen en operationele communicatie moeten
snel, compact en duidelijk zijn. Juist daardoor kan een meldtekst voor bezoekers soms lastig te volgen zijn.
Op deze pagina leggen we de meest voorkomende termen in gewone taal uit. Niet als technisch handboek, maar als
praktische leeswijzer voor bezoekers van Alarmcheck.
Het alarmeringssysteem waarmee meldingen als tekstbericht naar pagers en alarmontvangers worden gestuurd.
Het bredere communicatiesysteem van de hulpdiensten. Daarbinnen draait het niet alleen om alarmeren,
maar ook om spreken, statusverkeer en contact met de meldkamer.
Een code waarmee een pager, groep of ontvanger binnen P2000 wordt aangesproken. Op meldingssites helpt dit
om te herkennen voor wie een melding bedoeld is.
De plek waar spoedmeldingen binnenkomen, beoordeeld worden en waar hulpdiensten worden aangestuurd.
Een aanduiding van spoed of urgentie. Hoe die precies wordt gebruikt, verschilt per discipline en type inzet.
Een korte status die een eenheid aan de meldkamer doorgeeft, bijvoorbeeld uitgerukt, ter plaatse,
ingerukt of weer beschikbaar.
Een verzoek om spreekcontact met de meldkamer. Dit helpt om communicatie ordelijk te laten verlopen.
Het uitbreiden van de inzet wanneer een incident groter of complexer blijkt dan eerst gedacht.
Special Coverage Location: een locatie waar extra aandacht nodig is voor bereik en betrouwbaarheid van communicatie.
Waarom staan er zoveel afkortingen in meldingen?
Operationele communicatie moet kort en functioneel zijn. Dat geldt voor alarmering, maar ook voor berichtenverkeer
tussen eenheden en meldkamer. Daarom zie je in meldingen vaak afkortingen, codes en compacte formuleringen.
Voor bezoekers zijn die afkortingen niet altijd direct duidelijk. Daarom is context belangrijker dan één losse code.